vrijdag 27 april 2018

Digitalisering - Het Nederlands Sanatorium te Davos

Op een mooie zaterdagochtend in mei of juni, begin jaren 90, werd ik wakker van herrie bij de buren schuin boven. Er werden grote dingen naar beneden gegooid, dat was duidelijk te horen. Vanaf de derde verdieping. In mijn kamerjas zag ik vanaf mijn balkon dat inderdaad het kantoor naast mijn appartement werd ontruimd.

Een grote dikke man boven gooide spullen naar beneden. Twee anderen raapten het op en mikten het in een nevenstaande container.

"Keb paan amme kut!", riep de bolle naar beneden.
"Hee joh, dat seg je niet asje in Dejn Hôôg werrekt", riep zijn maat terug, met een scheef lachje tegen de zon in pinkend.

Amsterdammers.

De ontruiming verliep zeer efficiënt. Eerst ging de inhoud van bureaus (hangmappen) en archiefkasten (ordners en archiefdozen) naar beneden. Vervolgens, nadat de mannen beneden op veilige afstand waren gaan staan, het meubilair. De container was snel vol. Al voor het middaguur hield het lawaai op. Het kantoor was blijkbaar leeg.

Toen ik later die dag beneden kwam, ging ik even kijken. De container was inmiddels opgehaald. Waar hij gestaan had lag alleen nog een foldertje. Het Nederlands Sanatorium te Davos, stond erop, op de achterkant Administratie Dr. Kuyperstraat 10. Dat klopte, ik woonde op nummer 8. Leuk foldertje, gemaakt in de jaren 50, zo te zien. Ik nam het mee.

Enkele jaren daarna verhuisde ik naar het midden van het land, omdat ik ging werken bij SensorMedics, een bedrijf dat longfunctie-apparatuur maakte. Zo kwam ik in contact met één van hun klanten, het Nederlands Astmacentrum in Davos, zoals het toen inmiddels heette. Wat een toeval.

Het foldertje heb ik altijd bewaard. Onlangs ben ik gaan experimenteren met digitalisering. Het foldertje is klein, dus snel gedigitaliseerd en door te bladeren, en misschien niet rechtenvrij, maar toch reclamemateriaal, bedoeld om gratis en zoveel mogelijk te verspreiden. Auteurs van tekst en foto's en afgebeelde personen hebben hopelijk geen bezwaar tegen digitalisering en herpublicatie van het resultaat. Dat ziet u hieronder. Het is ook te bezichtigen als album in Google Photos. Hoe en waarmee het is gedigitaliseerd, is onderwerp van een volgende blog.



Is dit alles?

Je zou kunnen zeggen dat de digitalisering en/of 'ontsluiting', zoals dat in erfgoedjargon heet, onvolledig is zolang de tekst niet doorzoekbaar is. Aan dat gedeelte van dit experiment ben ik met dit foldertje nog niet toegekomen.

Verantwoording

Op zoek naar enige rechthebbende van de foto's in deze blog is contact gezocht met het Nederlands Asthmacentrum in Davos, namelijk door een bericht te posten op hun website, begin 2018. Reactie bleeft tot nu toe uit. Het enige andere aanknopingspunt tot nu toe is de op de achterpagina vermelde drukker. Die bestaat niet meer.

Wie meent enig recht te hebben op het materiaal, wordt vriendelijk verzocht contact met ons op te nemen. Wie meer kan vertellen over de mensen op de foto's, is ook van harte welkom om dat te melden. Totdat we meer weten over de makers en de afgebeelde personen zijn alle rechten van het beeldmateriaal voorbehouden. All rights reserved until further notice.

donderdag 11 januari 2018

Over spelfouten

Spelfouten zijn nooit een halszaak, hooguit slordig, of onnozel. En vergissen is menselijk, daarom zitten er gummetjes op potloden. Toch ontstaan er vetes over spelfouten. Hoe komt dat? Waar doen we moeilijk over?

Volgens mij kan geen enkele goede schrijver zonder goede corrector. Wie geheel solo foutloos spelt is een duivelskunstenaar (v/m). Toen wijlen Gerrit Komrij het Nationaal Dictee had opgesteld, klaagde hij dat foutloos spellen onmogelijk is zonder een stapel naslagwerken en internet. Dus het complex van spellingsregels past al niet onder één schedeldak. Bovendien heb je verschrijvingen, zoals je ook versprekingen hebt. En we maken allemaal edit-fouten, want dankzij tekstverwerker en editor kunnen we eindeloos schaven en sleutelen aan teksten, maar het blijft moeilijk om alle sporen van vorige versies uit te wissen blijft moeilijk4. Dus in één keer foutloos opschrijven en daarna niks meer aan hoeven doen, dat kan niemand.

Je kunt echter mensen hoog op de kast krijgen door ze attent te maken op een fout in hun tekst. Onlangs wees ik via facebook een broodschrijvende vriend op een editfoutje in een tekst van hem, waarop hij explodeerde, mij bespoog met bijtend verbaal gif1 en mij ontvriendde. Hij heeft wel het foutje verbeterd.

Waarom raken ongevraagde correcties zo vaak een open zenuw?

Heel belangrijk is de toon die de muziek maakt. Iemand zonder omhaal wijzen op een fout heeft de lading van een belediging. Mensen kunnen slecht tegen kritiek, zelfs als die welgemeend is. Spreek een klein kind aan op wangedrag en het zal glashard ontkennen of de schuld op een ander proberen te schuiven. Sommige mensen raken die neiging nooit kwijt, sommige bestuurders funderen daar hun carrière op. Dus het zou verstandiger zijn om iedereen gewoon maar in z'n sop gaar te laten koken. Spelfout? Niks zeggen. Maar dat doen we niet. Waarom?

Waarom zou foutloze tekst beter zijn?

Omdat het oog blijft haken aan foutjes. Dat wil ik niet. Mijn verhaal moet uw gedachten in beslag nemen en dat lukt niet als u wordt afgeleid door taalfouten. Daarom. In muziek is een foute noot gewoon fout. Muziek kan u in vervoering brengen - dat hoop ik althans voor u - en foute noten staan die vervoering in de weg. Spelfouten zijn foute noten in tekst.

Lezers zijn er in twee soorten: (1) zij die spelfouten opmerken, en (2) de rest. Ik behoor tot de eerste categorie, en heel veel anderen met mij. Er gaan alarmbelletjes af als we een spel- of editfout zien.

Elke auteur wil gelezen worden. U bent hooggeëerd publiek. Lezers type 2 maakt het niet uit, maar lezers type 1 wel, daarom ben ik die graag ter wille. Bovendien schep ik eer in mooie zinnen. U leest een compositie, verdomme! Die is foutloos gewoon beter.

Nu is niet iedere tekst bedoeld om te vervoeren, er bestaat zoiets als wegwerptekst. Niettemin zie je mensen hun eigen spelfouten op Twitter en Whatsapp herstellen, ook de missers van de autocomplete die niet hun schuld zijn. Die mensen willen geen misverstanden en laten hun gevoel voor kwaliteit spreken.

Dus wat is wegwerptekst? Hoe korter hoe vluchtiger? Dat lijkt misschien zo, maar het is niet zo. Neem Snapchat. Een snap is er enkele seconden, daarna is-ie weg. Kort genoeg om onmiddellijk te vergeten, lang genoeg om een vechtscheiding over te kunnen beginnen. Zoals dat met gesproken woord ook kan. Bovengenoemd gifsalvo heb ik weggesmeten, maar ik kan het desgevraagd nog woordelijk reciteren. Schelden doet wel degelijk zeer. Het geeft krassen in het geheugen die er nooit meer uit gaan.

Wegwerptekst is wat de schrijver ervan vindt, en dat kan iets heel anders zijn dan wat de lezer verstaat. Dus of iets al dan niet als wegwerptekst bedoeld is, is geen goede maatstaf.

Het Genootschap Onze Taal noemt het verzorgde tekst en dat is een beter criterium. Ook verzorgde tekst kan foutjes bevatten, maar als ik die zie én als ik ze kan corrigeren, dan doe ik dat. Ik ben ook altijd blij als mijn correctrice haar werk gedaan heeft. Ze vindt altijd wel iets, haar toon stoort mij nooit, ze is een uitmuntend lezer, en ze wijst me bovendien op onduidelijkheden die ik zelf voor oogverblindend helder aanzag. Het zal uitmaken dat ik haar zelf vraag om te corrigeren.

Onder professoren (deel 1)

In mei 2016 liet fonoloog en hoogleraar Marc van Oostendorp zich lelijk kennen toen iemand zich vrolijk maakte over een joekel van een verschrijving in Van O's tekst. Nu zal ik niet ontkennen dat scherpslijperij over spelfouten kan irriteren, maar Van O gaat meerdere stappen verder. Daarom noem ik hem hier. We zijn ruim anderhalf jaar verder en hij blijft er rancuneus over doen. Op mij komt het over alsof het een stokpaardje van hem is geworden.

Webtekst is niet gedrukt, het is gemakkelijk te verbeteren. Van O laat dat na, stellende:

Het [is] simpelweg een misverstand om te denken dat er één manier van spellen is waar iedereen zich aan moet houden en dat afwijkende spellingen 'gecorrigeerd' moeten worden.

We merken hierbij op dat Van O hoogleraar Academische Communicatie is en er danig (en vrijwel foutloos) op los publiceert. Tegelijk roept hij deze mening. Wie het snapt mag het zeggen.

Ik vind correct gespeld veel lekkerder lezen, daarom probeer ik me aan spellingsregels te houden. Ja, weliswaar is de geschiedenis van de Nederlandse spelling woelig. Om de pakweg 20 jaar rukt een nieuwe autoriteit aan die de vorige meent te moeten verbeteren, met zwalkend beleid tot gevolg. Om horendol van te worden. En ja,

as ik ut lùik vin om hiâhzau innet aksent vamme geliefde geboâhtedorrep2 te sgrève, dan doet ik dat gewaun.

En ja, spellingsregels die echt verkeerd uitpakken moet je aan je laars lappen, zoals bijvoorbeeld W.F. Hermans deed: Homme's hoest is "fout" maar ondubbelzinnig, Hommes hoest is "correct" maar voor tweeërlei uitleg vatbaar ('de hoest van Homme' en 'Hommes moet hoesten') en dat dient elke auteur te vermijden. En ja, er zijn spellingsregels die onzinnig zijn, zoals de tussen-n in pannenkoeken3. Of onverdedigbaar, zoals coëfficiënt maar zo-even en reïncarnatie maar re-integratie.

Maar dat betekent allemaal nog niet dat fout goed is als de intentie maar duidelijk was, noch dat we allemaal maar wat aan mogen klooien met die spelling.

Met wiskunde je tekst corrigeren

Genoemde vriend meldde in zijn straal verbale pepperspray ook nog dat zijn tekst door twee mensen was nagekeken. Die hadden dus allebei dat editfoutje over het hoofd gezien. "Kan gebeuren in een tekstfabriek", zei hij. Loket Diversen heeft al eens aangehaald dat je met twee onafhankelijke correctoren simpel kunt uitrekenen hoeveel fouten er (vermoedelijk) in totaal in je tekst zaten. Vriend & correctoren hebben dus een kans gemist, maar kregen vermoedelijk ook de tijd niet om die te grijpen.

De vloek die deadline heet

In veel tekstfabrieken heerst chronisch tijdgebrek. Deze verzachtende omstandigheid placht ik meedogenloos van tafel te vegen. Word geen bakker als je 's ochtends niet uit je nest kunt komen, word evenzo geen journalist als je onder druk niet uit je woorden kunt komen. Vond ik altijd. Maar wat meer consideratie kan geen kwaad. Bij nader inzien.

NRC Handelsblad gonst regelmatig van de spelfouten, maar – opmerkelijk – het gaat met ups en downs, en er zijn ook veel NRC-auteurs die vrijwel foutloos schrijven. Bewonderenswaardig, want een dagblad is haastwerk. Je hebt mensen die beweren dat ze alleen onder druk kunnen presteren, maar daar is iets mee of die kletsen maar wat. Een beetje stress bevordert de prestaties, maar te veel stress - en dat wordt het al gauw - is secundaire doodsoorzaak nummer één in landen als de onze.

Zelf ben ik totaal ongeschikt voor dagbladjournalistiek. Ik weiger opdrachten met onmogelijke deadlines, niet alleen omdat ik dat stomme gejakker haat, maar vooral omdat haastwerk mijn plezier in taal en werk verpest. Nietzsche noemde zichzelf een Sentenzenschleifer. Zelf mag ik ook graag veel en lang aan zinnen slijpen. Als het even kan moet het de eeuwigheid doorstaan, maar het moet altijd zowel hout snijden als aangenaam lezen. En dat kost nu eenmaal tijd.

Broodschrijven

Freelance broodschrijvers vangen stukloon per uur of per woord, de opzegtermijn is een seconde, reputatie bepaalt opdrachten, opdrachten bepalen inkomen. Ik doe er mijn best op. Ook daarom streef ik naar foutloos. En dan heb ik nog redelijk makkelijke klanten. Die vriend schreef voor Grote Onderneming, totdat hij een afkorting verschreef. JVP moest zijn JVB, zoiets. Dat is een kutfout, want je leest er makkelijk overheen, zeker als die tekst over 2 minuten de deur uit moet. Hij werd niet meer gevraagd door Grote Onderneming. Een verschrijving die inkomen en reputatie kost.

Onder professoren (deel 2)

Hoogleraren zijn loonslaven, die hebben dat probleem niet. Ze staan echter wel bloot aan de verworvenheden van internet. Ook hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets heeft een broertje dood aan taalscherpslijperij. Ik noem dit, omdat ik onlangs Vallende Kwartjes las, een bloemlezing van briljante verklaringen voor van alles en nog wat, samengesteld door Smeets en Bas Haring. Kostelijk boekje, van harte aanbevolen. Steeds dezelfde vorm wordt erin herhaald: eerst een korte inleiding door Ionica of Bas, dan een fragment, meestal vertaald, overgenomen van iemand anders.

U voelt hem al aankomen natuurlijk: in de stukjes van Haring & Smeets bleef ik een aantal keer haken aan spel- of editfouten, in de fragmenten niet. Ik las de tweede druk. Dat intrigeert. Waarom is de eerste druk niet benut om de tweede te verbeteren? Ik kan er alleen maar naar gissen. Zelf zou ik het helemaal geen straf vinden om het nogmaals te lezen, aan te tekenen waar mijn taaloog aan blijft haken, en dat door te spelen aan de juiste mensen. Misschien is dat bij de derde druk alsnog gebeurd, dat weet ik niet. Ik hoop het maar, want zo'n leuk boek verdient het om foutloos te zijn.

Het hoeft heus niet in één keer foutloos, maar waarom zou je het niet foutloos maken als je de kans krijgt? Alle mogelijke antwoorden die ik daarop kan verzinnen zijn negatief. Geen tijd, geen zin, desinteresse, onverschilligheid, arrogantie, irritatie, niet van kritiek willen weten. Dan valt alles verkeerd behalve ophemelen. Maar wat als je de kans niet krijgt? Dat is brute pech. Een goede verstandhouding met je uitgever is belangrijk en mag best veel tijd kosten, maar de ervaring leert dat het slechte in de mens ook in de uitgever kan zitten.

Mensen helpen is een belangrijke pijler onder mijn loopbaan. Veel mensen zijn me juist om de ongevraagde adviezen dankbaar. Die hebben me wel eerst zelf (meestal voor iets anders) om hulp gevraagd. Dan is de rolverdeling van meet af aan duidelijk. Is dat niet zo, dan kijk ik eerst even de kat uit de boom. Lijkt de kust veilig, misschien dat ik dan mijn fluwelen handschoenen aantrek en op de fout wijs. Verdient een zelfingenomen ijdeltuit die eer? Misschien ook niet. Maar de fout negeren als het spellingsalarm eenmaal geklonken heeft, dat zal ik niet meer leren.

Noten

  1. Dit heet een hyperbool.
  2. De Haag heb naujt gein stadsregte gekreige, namulluk.
  3. Bron: Wim T. Schippers' Vertoning. Het Engels heeft pancake, het Duits Pfankuch. Engels en Duits worden vóór in de mond uitgesproken, Nederlands meer achterin de keel. Daardoor komt er bij de overgang van de korte a naar de oe vanzelf een stomme e tussen de n en de k. Probeer maar! Hardop: Duits vóór in de mond Pfankuch! En nu Nederlands achterin de strot pankoek. Dus niet pangkoek maar pankoek. En achterin de keel. Pankoek. Komt vanzelf een stomme e bij, hoort u wel? Daarom moet het pannekoek zijn. Die tussen-n is volgens mij een vorm van hypercorrectie.
  4. Dit is een voorbeeld van een editfout.

Credits

Foto: Museum in Westcapelle door Marcel van den Berg, licentie CC-BY-SA

zaterdag 15 juli 2017

Discussie over de apostrof

Over de schrijfwijze zzp'er het volgende.

Apostrofs komen normaliter in plaats van weggevallen letters. Dat zijn letters die worden geschreven noch uitgesproken.

's Avonds toog d'Artagnan naar 's-Gravenhage voor Hans' alfa's bijles.

Dat zijn we gewend, en het werkt internationaal.

In het geval van de zzp'er is er geen weggevallen letter. Dus wat doet die apostrof daar? Waarom is een koppelstreepje niet minstens zo goed? Lang had ik er geen goede verklaring voor. Ik kom er straks op terug.

Daarnaast is het voor veel lezers makkelijker om woorden die als losse letters worden uitgesproken te schrijven met hoofdletters. ZZP'er is voor dyslectici makkelijker herkenbaar dan zzp'er.

Omdat dyslexie onder bèta's vaker voorkomt dan onder alfa's (onder wie dyscalculie weer vaker schijnt voor te komen), zie je in technische literatuur meestal LED's en niet leds. Als er LED staat denk je eerder aan de betekenis daarvan (light emitting diode) dan als er led staat, vooral in context met meer van dergelijk jargon. Geen techneut die het in zijn hoofd haalt om LDR, MOSFET, TRIAC, WLAN, TCP/IP, et cetera et cetera, met kleine letters te schrijven. LED is dan ook gewoon consequenter en leest prettiger. Dat je het kunt uitspreken als let doet daar niet aan af. Niemand die MOSFET uitspelt, en toch zie je die term nooit met kleine letters. Zelfs de huiskat van het New Yorkse elektronicahuis Adafruit Industries heet MOSFET, all caps.

Ik vertaal voor een elektronicatijdschrift. De redactie van dat tijdschrift wil graag "LED's", want bepaalde lezers (die met dyslexie, denk ik) klagen over "leds". Wil je een doelgroep bereiken, dan moet je het aantrekkelijk maken voor die doelgroep. Overal behalve in Nederland schrijft men LED's. Wie in Nederland heeft problemen met die schrijfwijze? Een kleine elite Neerlandici. Wie nog meer? Wie het weet mag het zeggen. Volgens mij zal het de rest van de wereld een worst zijn. Dus die elite maakt het voor een aanzienlijke groep lezers nodeloos moeilijk. Met welk mandaat? Wat is hun opdracht eigenlijk?

Terug naar die apostrof. De uitleg op de site van Onze Taal luidt:

"Bij een afleiding komt er tussen de afkorting en het achtervoegsel geen koppelteken, maar een apostrof"

en dan volgen er voorbeelden. Dat is een verklaring van het type "het is zo omdat het zo is": misschien leuk voor regeltjesstampers, maar regels zonder aannemelijke onderbouwing dient men aan zijn laars te lappen. (Als iedereen dat zou doen zou religie niet bestaan, wat de mensheid veel oorlog en geweld zou schelen. Maar dit terzijde.) Bij die verklaring zou ik tenminste een toelichting op het begrip 'afleiding' willen hebben. Die blijkt er bij navraag ook te zijn. Bijvoorbeeld huisdeur is een samenstelling van huis en deur, twee zelfstandige begrippen. Maar dan nog zag ik niet waarom ZZP-er niet goed zou zijn en ZZP'er of (oh gruwel) zzp'er wel. Het lezerspubliek is breder dan Neerlandici. De taal is van iedereen, dus iedereen die daar de moeite voor wil nemen moet kunnen snappen waarom de taal is zoals ze is.

U proeft mijn ergernis, maar die werd minder toen ik aan de hand van Onze Taals advies inzake de spelling van cd's zelf een onderbouwing deduceerde. Ik ben immers ook de kwaadste niet. Daar staat een apostrof voor een letter die niet wordt geschreven, maar wel wordt uitgesproken, en dat kan ook niet anders: Cds, cd-s en CD-s zijn echt andere dingen: Christelijke deformatiesessie, en compact-discs-stereo. Ik noem maar iets. CDs zou nog kunnen maar is mogelijk voor dyslectici weer moeilijker dan CD's (die wij in techneutenland, buiten de jurisdictie van de Taalunie, toch al hanteerden, lekker pûh). Dus dan maar cd's. Bij gebrek aan beter. Dus vandaar ook zzp'er en niet zzp-er.

Niettemin blijft het tobben.

Met vier O's en twee C's krijg je twee CO2's met bijbehorende CO2-uitstoot.

Ik zie niet hoe je dat anders zou moeten spellen. Dus dan zijn C's en O's en CO2's blijkbaar afleidingen, maar CO2-uitstoot is een samenstelling want je hebt CO2 en uitstoot.

En zo schrijdt het inzicht toch weer voort. Nu maar hopen dat het nieuwe bewind der Taalunie die hoofdletters voor ZZP'ers, LED's en CD's weer herinvoert. Een laatste herstellende zwalking in het beleid, en dan pas weer aanpassen als 90% van de Nederlandssprekenden het net als de Engelsen heeft over de meisje en de paard.

zaterdag 14 januari 2017

Vluchtelingen, Sociale Media en Trump Jr.

Zaterdag 14 januari 2017. De afgelopen week zag ik enkele berichten op sociale media over tienduizenden Syrische vluchtelingen die vastzitten in tentenkampen in Griekenland, in "de strengste winter die er in decennia in Griekenland is geweest". Zo was er deze tweet van Eduard Nazarsky, directeur Amnesty Nederland en de mij nog onbekende International Rescue Committee. Tenten onder een pak sneeuw, slechte omstandigheden. Acute hulp is nodig.

Dus als eerste stap heb ik geld overgemaakt naar het Rode Kruis. Die zitten overal al (ook in Aleppo), en ik vertrouw erop dat zij het geld goed besteden. Moeten ze er desnoods locals mee omkopen, dan moet dat maar. Het doel heiligt de middelen en het Rode Kruis zal daar goed over hebben nagedacht. Tijd om de International Rescue Committee te screenen heb ik niet.

Maar kloppen de berichten ook? De diverse weerkaarten online spreken elkaar tegen. Weeronline is gericht op toeristen en meldt lekker weer in heel Griekenland. Noodweercentrale.nl is minder gunstig, worst case is het in het noorden van Griekenland overdag een graad of drie. 's Nachts zal het er inderdaad wel vriezen. Op Lesbos is het een graad of twaalf, dat ligt in warme zee, het vriest er zelden. Dus ja, het is erg genoeg om te helpen. Ik vraag me wel af van waar en wanneer die foto's zijn. Ik zou graag betere, verifieerbare bronnen willen hebben. Als u ze weet bent u welkom om ze te melden.

Er waren ook hashtags #wegaanzehalen en #bringthemhere. Okee. Idealisme is goed, praktische oplossingen zijn beter. Dus ik vroeg mij af:

Hoe kun je het praktisch aanpakken?

Op de middelbare school zat ik in de klas bij Rhodia Maas, tot voor kort directeur van de IND. Zij hielp dan wel mensen naar onze nationale uitgang, maar ze weet misschien wel goede touwtjes om aan te trekken. Ze zit op Twitter. Zou ik haar eens vragen? Ik heb even met de gedachte gespeeld. Het antwoord: niet zomaar. Eerst kijken, dan zeiken. Losse flodders over de schutting keilen doet elke randdebiel al, daarmee bereik je niks. Je moet altijd eerst nagaan wat je er zelf over kunt vinden.

Kwantificeren!

Volgens IRC zijn er 57.000 vluchtelingen, nu in de kou dus die wil je liefst nu naar betere oorden brengen. Kan dat?

Er gaan ongeveer 500 mensen in een Boeing 747, dus met 114 vluchten heb je die 57.000 personen daar allemaal weg. Dat is precies 10 vluchten per minuut, een etmaal lang. Doe je er langer over, bijvoorbeeld een week, dan heb je het nog steeds over 10 vluchten per 7 minuten. Dat past stomweg niet op de beschikbare luchthavens. Dat gaat hem niet worden.

Een groter vervoermiddel? De aller-allergrootste cruise-schepen, type drijvende Vinex, hebben 2700 hutten en daar zijn er 2 van op de wereld. Zet wat lager in op 1800 hutten per schip en stel dat er 2,5 personen in een hut gaan, dan heb je het over 57.000 / (1800 x 2,5) is 12 cruiseschepen. Dat klinkt al minder onmogelijk, maar die dingen gaan langzaam. Dus die heb je niet zomaar in de havens daar.

conclusie

  1. Nu eerst hulp ter plaatse. Barakken bouwen, kachels erin, dekens, bedden, fornuizen, koks, dokters, verpleegkundigen. Dus het Rode Kruis is dan zo'n gek idee nog niet.

  2. Daarna kun je, beter gezegd moeten wij, werk maken van verdeling en opvang in Europa. Stel gemakshalve dat alle landen in West-Europa meedoen: N S F DK D NL B F CH AU I E P. (Met GB is geen zinnig gesprek te voeren). Ik tel er 13. Dus elk land zou gemiddeld zo'n 4400 mensen moeten opnemen. Grote dunbevolkte landen meer dan kleine dichtbevolkte landen. Laten we eerlijk wezen, en laten we vooral niet het braafste jongetje van de klas willen wezen. Dus stel 3000 mensen in Nederland. Schaffen wir das?

Trump Jr. & his Skittles

Mocht u het gemist hebben, Trump Junior stelde de vraag:

Ik heb hier een kommetje Skittles. Er zitten er drie tussen die dodelijk giftig zijn. Neemt u een handjevol? Dat is het probleem met Syrische vluchtelingen.

Neemt u een handje uit dat kommetje? Ik niet. Junior heeft een goed punt.

Nu hebben wij Nederlanders geen eensluidende aanpak voor kommetjes Skittles met een klein percentage gif erin. Wij accepteren werkgevers die hun personeel willens en wetens jarenlang laten werken in omstandigheden waar ze kanker en miskramen van krijgen. We accepteren twee verkeersdoden per dag en een politie die verkeersregels niet handhaaft.

Maar stel dat we verstandig zouden zijn met dat kommetje Skittles. We zouden alle Skittles in het kommetje moeten onderzoeken. Dat kost tijd en daar zijn specialistische kennis, spullen en vaardigheden voor nodig. De uitslag van dat onderzoek is niet snel te verwachten.

In het geval van de vluchtelingen in Griekenland, denk ik dat criminele en/of terroristische nep-asielzoekers, als die er al waren, die tentenkampen op dit moment allang verlaten hebben. Zet je nu een grote reddingsactie op gang, dan zou je dus in de gaten moeten houden of er ineens mensen bijkomen in die kampen. En je moet inderdaad al die mensen vragen naar hun verhaal.

Hoe dan ook moet je er namelijk achter zien te komen waar die mensen het beste mee geholpen zijn. En dan kun je in één moeite door ook wel vaststellen of iemand die beweert Syriër te zijn of Afghaan klinkt als een Algerijn. Dus je hebt tolken nodig, mensen die de landen en steden van herkomst kennen, en zo voort, en zo voort. Daar heb je niet zomaar een bataljon voor paraat.

Het is geen simpel probleem. Er is dus ook geen simpele oplossing.

Maar ik sta open voor betere ideeën. Reageren kan hieronder.

vrijdag 2 september 2016

Niks geen herfsttij, Huizinga!

Onlangs nam ik op facebook deel aan een conversatie over de mediëvist Johan Huizinga, en zijn standaardwerk "Herfsttij der Middeleeuwen". Huizinga schrijft wijdlopig. Soms is het heel mooi. Soms moet je er een woordenboek bij pakken, waarin je dan een vergeten betekenis vindt, voordat je het begrijpt. Ik haakte af in Hoofdstuk 12. Een bepaalde zin - ik vind hem zo weer als u wilt - las ik, leek mooi, maar ik snapte het niet. Na minstens 20 keer herlezen nog steeds niet. Het zal niet Huizinga's bedoeling zijn geweest dat de lezer dit begreep. Hallicunatoir geraaskal? Mogelijk. Litteraire masturbatie? Ja, ik denk van wel. Didactisch doeltreffend? Neen.

Ik ben geen mediëvist, maar volgens mij is het beeld dat ons op school is bijgebracht over de middeleeuwen, sterk beïnvloed door Huizinga. En volgens mij is dat beeld veel te pessimistisch.
Dat had ik al eerder geconstateerd aan de hand van de twitterfeeds van mediëvisten als @Erik_Kwakkel en @AClerkThereWas, en nu komt er weer iets bij, namelijk deze prothese, met dank aan @Teszelski.

Mogelijk is de datering, 1500 tot 1505, omzetstimulerende wishful thinking van Sotheby's. Maar ik weet iets van medische techniek. Het is specialistisch vakmanschap, en ook nu nog zeer zeldzaam. Ik vind het plausibel dat deze prothese uit dezelfde school komt als de kunstarm van Ridder Götz wiens eigen arm werd afgehakt in 1504, en wiens prothese dus inderdaad wel van rond 1505 zal dateren.

Had u gedacht dat middeleeuwers zulke protheses konden maken? Ik niet. Mogelijk is deze gemaakt door een achterkleinzoon van die van Götz' arm. Het vroegst bekende eigendom is rond 1750. En allicht zal een achttiende-eeuwse prothese vernuftiger zijn geweest dan een zestiende-eeuwse. Al doende leert men, immers.

Maar dat dondert niet. Middeleeuwers hadden prothesen! Daar gaat het om. Het was dus echt niet zo'n duistere, onwetende tijd als Huizinga ons decennialang deed geloven.

Lekker belangrijk? Ja. Ik vind het belangrijk dat invloedrijke zelfbenoemde authoriteiten die het mis blijken te hebben gehad, onklaar worden gemaakt.

Mogelijk gemaakt door Blogger.