donderdag 22 juli 2010

E-reader getest. En afgekeurd.

Vandaag mocht uw reporter even spelen met een E-reader. Onze conclusie: wie dit koopt is erin geluisd door een hype. Wij hadden een Samsung E60 onder handen, maar concurrerende apparatuur verschilt niet wezenlijk. Zolang een doorbraak in functionaliteit, ergonomie en leesbaarheid uitblijft, hoeven we hier niet meer naar te kijken.

  • Het testexemplaar was aanvankelijk vastgelopen, reageerde niet op bediening. De resetknop is moeilijk bereikbaar, onder een klep die je met één hand open moet houden terwijl je met de andere het knopje indrukt en met nog twee andere handen de reader vast moet houden. Niet handig. Bij een gewoon boek nimmer nodig.
  • Hij weegt 315 gram, evenveel als een niet te dikke hardcover. Maar hij voelt zwaar en dat komt doordat het een massief ding is. Een boek kun je openklappen, heeft een veranderlijke vorm, voelt daardoor lichter aan. En ook prettiger dan dat gladde plastic.
  • Het ding is ongeveer zo groot als een opengeklapte pocket, maar het leesoppervlak is maar een halve pagina. Erg krap.
  • Dus je moet al snel omslaan en dat gaat traag. Dat gaat ten koste van je natuurlijke leestempo. Niet acceptabel.
  • Een totale blunder is dat paginanummering ontbreekt. Bladeren in een boek is een heel vanzelfsprekende handeling en onmisbaar in langere tekst. In een boek weet je ongeveer hoeveel pagina's terug iets ook alweer stond en waar ongeveer op de pagina je dat moet zoeken. In dit e-book ontbrak paginanummering, je kunt maar één pagina tegelijk bladeren of helemaal naar voren of naar het eind en je hebt alleen maar een voortgangsbalk om aan te geven waar in het e-book je bent. Ik werd er treurig van, zo onthand was ik.
  • Veel e-books bestaan uit louter platte tekst. Daarmee bedoel ik dat er geen hyperlinks in zitten. (Het testexemplaar was geladen met iets van de mislukte glossysnol Heleen van Royen - platte tekst in andere zin. Doch dit terzijde). Dat is een gemiste kans. Dames en heren E-reader-ontwerpers, begrijp toch: elektronisch publiceren heeft twee onomstotelijke voordelen.
    1. Je kunt er hyperlinks in verwerken, plaatjes, filmpjes, interactieve dingen, noem maar op.
    2. Je kunt publiceren zonder tussenkomst van een uitgever.

Wat het eerste betreft: de meeste e-readers zullen wel html ondersteunen maar met een flets zwart-witschermpje blijft het behelpen. Dat heeft Apple dan toch iets beter begrepen.

Wat het tweede betreft: uitgevers zijn commerciële bedrijven. Je kunt nog zo'n groot literair talent zijn, veel uitgevers publiceren liever tinnef van een gevestigde naam of over een trendy onderwerp, want dat verkoopt tenminste. De meeste schrijvers (m/v) daarentegen willen eerst en vooral een publiek, willen gelezen worden. E-publishing is dé oplossing en dus ook in opkomst.

Volgens Amazonbaas Jeff Bezos verkoopt hij meer e-books dan gewone boeken. Hij vertelt er niet bij dat een gemiddeld e-book slechts vier dollar kost, een kwart van de prijs voor hetzelfde ding in boekvorm. De aanstormende schrijver wordt gemakkelijker gelezen zonder middle man die 75% marge heft. Bezos zegt trouwens ook niet hoeveel Kindles hij nog kwijt moet voordat hij uit de ontwikkelkosten is - helemaal objectief is hij natuurlijk niet.

De hoofdpunten op een rijtje

  1. Het papieren boek blijft de komende vijf tot tien jaar nog veruit superieur aan welke e-reader dan ook.
  2. Loket Diversen blijft een onafhankelijk, niet-commercieel blog, want u denkt toch niet dat ik dit had kunnen schrijven als ik sponsors moest behagen?
  3. In e-readers gespecialiseerde gadgetsites moeten dat wel. Derhalve hoeven we die de komende vijf jaar niet meer te lezen.

dinsdag 13 juli 2010

Arbeidsomstandigheden

Mijn arbeidsomstandigheden zijn allerbelabberdst. Mijn beeldscherm is eigenlijk te klein, ik zit op een derdehands stoel en vaak werk ik uren achtereen op een zolder. Er is maar één piepklein dakraampje. 's Zomers wordt het er meer dan 35 graden en dan gutst het zweet langs heel mijn lichaam. 's Winters kan het er vriezen.

Ik vind het heerlijk. Ik ben namelijk eigen baas en vrij om te doen en te laten wat ik wil. Ik moet natuurlijk zorgen dat de schoorsteen rookt maar daarin slaag ik, tot nu toe, wonderwel. Dat geeft op zichzelf al voldoening, maar het is vooral de vrijheid die een belangrijk deel van mijn beloning is geworden. Word ik moe of suf, dan ben ik na een powernap van een kwartier weer als herboren. Als ik kop noch staart meer aan mijn werk zie ga ik naar buiten, even bewegen. Dat ruimt de bovenkamer op en ik krijg de beste ideeën meestal tijdens een ferme wandeling of fietstocht.

Weinig werkgevers vertrouwen hun mensen zo’n vrijheid toe. De ene werknemer weet zich geen raad met de verantwoordelijkheid, een ander loopt meteen de kantjes eraf.

Portret van een lijntrekker

Ooit had ik een collega die jarenlang weinig meer deed dan de gaatjesstrook afscheuren van kettingpapier. Hij had er een speciaal apparaatje voor, een langwerpig ding van grijs plastic: je deed een deksel open, dan zag je een rij plastic pinnen waar je de gaatjesstrook overheen deed, dan klapte je het deksel weer dicht en dan kon je het formulier-in-drievoud eraf scheuren. Hele dagen kon hij ermee bezig zijn. Daarna borg hij de formulieren grondig onvindbaar in een ordner, zodat, wanneer er eentje moest worden voorzien van wat extra krabbels in inkt, er een nieuwe kopie moest worden uitgedraaid. Op kettingpapier. Zo bleef zijn werk in de wereld.

Het apparaatje was wel eens zoek. Dan ging hij het zoeken. Hele ochtenden kon hij daarmee kwijt zijn. Terechtwijzingen deed hij dood: “zonder dat apparaatje kan ik mijn werk niet doen”.

Er is gepoogd om hem licht invoerwerk te laten doen. Ondanks dat hij een pc thuis had en daar ook mee om kon gaan getuige de hoge scores bij het computerspel Dungeons & Dragons waarover hij opschepte in de koffiepauze, was deze uitbreiding van zijn takenpakket niet bespreekbaar zolang hij niet eerst een computercursus kreeg. Maandenlang wist hij deze droevige discussie te rekken.

Hij was actief vakbondslid én had zitting in de dienstcommissie. Ik lieg geen letter.

Hitteberoerte dreigt

Vakbonden zijn er om werknemers te beschermen tegen boosaardige bazen. Voor Chineesjes in sweatshops waar al die mooie goedkope modekleding vandaan komt, is dat nog steeds bitter hard nodig - daar niet van.

Kortgeleden kwam FNV Bondgenoten met aanbevelingen voor werk in extreme warmte, waaronder een hele handige heat-stresscalculator. Die riep HITTEBEROERTE DREIGT, op mijn zolder waar het 35 graden is en 80 procent luchtvochtig.

Ik heb daar niets van gemerkt. Wel was mijn shirtje in een paar minuten geheel doorweekt van het zweet en merkte ik hoe dit vocht de warmte afvoerde. (Hoe mooi toch functioneert de natuur.) Toen ik beneden kwam in de koelte, voelde ik de voldoening van Iets Moois te hebben gemaakt, in combinatie met het lichamelijk herstelde gevoel dat een sauna geeft. Van een hitteberoerte totaal geen sprake.

Moest ik nu altijd de hele dag verplicht op mijn zolder werken, dan zou ik zeker wel gaan protesteren en waarschijnlijk sloot ik mij ook wel aan bij een vakbond als mijn baas niet zou luisteren.

Maar de hinder van slechte arbeidsomstandigheden smelt als sneeuw voor de zon zodra je vrij bent in je doen en laten.

Met die vrijheid omgaan leer je vanzelf als je loon naar werk krijgt. Dit is een trend die natuurlijk al aan de gang is, met al die ZZP-ers die de crisis heeft uitgespuugd. Waaronder uw reporter.

foto gemaakt door Paul Midler, auteur van Poorly Made in China.

dinsdag 6 juli 2010

Kabinetsformatie

klik op het plaatje!

Mogelijk gemaakt door Blogger.